Onze VWG levert een bijdrage aan "Meet de Mees". Acht VWG-leden hebben materiaal verzameld en opgestuurd. Dat wordt nu onderzocht op bestrijdingsmiddelen.
In Nederland wordt op grote schaal gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Tegelijkertijd is er zowel onduidelijkheid als zorg over de verspreiding van deze stoffen in onze leefomgeving en de gevolgen voor de volksgezondheid. De maatschappelijke druk om ten aanzien van bestrijdingsmiddelen het voorzorgsbeginsel toe te passen groeit.
Om effecten te kunnen bestuderen is het noodzakelijk om te weten in hoeverre bestrijdingsmiddelen in onze directe leefomgeving voorkomen. De koolmees kan ons hierbij helpen. Deze vogel komt vrijwel overal voor in natuur, platteland en stad. Gedurende het broedseizoen verzamelt een koolmees in zijn directe omgeving, die ook vaak onze directe leefomgeving is, nestmateriaal en duizenden rupsen. Hierbij komen lokaal aanwezige bestrijdingsmiddelen in de koolmezen, hun eieren en jongen terecht. Dit maakt de koolmees een uitermate geschikte soort om de verspreiding van bestrijdingsmiddelen in heel Nederland in kaart te brengen.
Tijdens de zomervakantie hebben de onderzoekers van Hogeschool Leiden niet stilgezeten. In het laboratorium van het kenniscentrum zijn de binnengekomen monsters zorgvuldig geregistreerd en voorzien van een unieke code. Vervolgens zijn ze veilig opgeslagen in onze biobank in een speciale -80°C vriezer. Zo blijft het materiaal langdurig bewaard en kunnen die binnenkort uitgebreid geanalyseerd worden. Op dit moment (augustus 2025) zijn bijna 1000 monsters geregistreerd en opgeslagen en nog niet alle monsters zijn verwerkt…
Begin september 2025 was het projectteam druk bezig met de voorbereidingen voor de logistieke organisatie van het 2de ophaalmoment. Onze VWG heeft mee gedaan met het 2de ophaalmoment. Wat luguber maar nuttig werk!
|
|
De monsters worden door studenten van de Hogeschool onderzocht op veel verschillende gifstoffen. Ze streven ernaar om in het voorjaar van 2026 de eerste onderzoeksresultaten te kunnen delen. Hoewel dan nog niet alle monsters zijn gemeten, krijgen we wel een goed beeld van de resultaten.
"Koolmezen zitten vol met data die ons kunnen gaan helpen om bestrijdingsmiddelen nog beter in kaart te brengen. En daarbij hebben we hulp nodig"